Paragraaf "Wetenschap" uit Het plezier van de tekst

Welke relatie kan er tussen het plezier van de tekst en de instellingen van de tekst bestaan? Een heel zwakke. De teksttheorie postuleert het genot, maar zij heeft weinig institutionele toekomst: wat zij fundeert, wat zij precies doet, haar veronderstelling, is een praktijk (die van de schrijver), geenszins een wetenschap, een methode, een onderzoek, een pedagogiek; op grond van haar eigen principes kan deze theorie alleen maar theoretici of practici (scribenten) voortbrengen, zeker geen specialisten (critici, onderzoekers, leraren, studenten). Niet alleen staat het onvermijdelijk metatalige karakter van ieder institutioneel onderzoek het schrijven van het tekstuele plezier in de weg, maar ook het feit dat wij tegenwoordig niet in staat zijn een ware wetenschap van het worden te concipiëren (die als enige ons plezier zou kunnen opnemen zonder het met een morele voogdij uit te dossen): '... wij zijn niet fijnzinnig genoeg om de vermoedelijk absolute stroom van het worden waar te nemen; het blijvende is er slechts krachtens onze grove organen, die samenvatten en op een plan brengen, waar zelfs niets bestaat. De boom is op ieder ogenblik iets nieuws; de vorm wordt door ons geponeerd, omdat we de fijnste absolute beweging niet kunnen waarnemen' (Nietzsche).

De Tekst zou zelf ook die boom zijn waarvan wij de (voorlopige) benaming aan de grofheid van onze organen te danken hebben. Wij zouden wetenschappelijk zijn bij gebrek aan fijnzinnigheid.

PvdT74-75 / PdT 95-96


Deze paragraaf bestaat uit één fragment met 2 alinea's

Nietzsche

Dit citaat komt uit Herwaardering van alle waarden, tweede boek, hst 4 aforisme 292:

Met betrekking tot al onze ervaring moeten wij altijd sceptisch blijven en b.v. zeggen: wij kunnen van geen enkele 'natuurwet' een eeuwige geldigheid staande houden, wij kunnen van geen enkele chemische kwaliteit haar eeuwige inertie staande houden, wij zijn niet subtiel genoeg om de vermoedelijke absolute vloeiing van het gebeuren te zien: het blijvende is er alleen krachtens onze grove organen, die bundelen en op vlakken neerleggen waar helemaal niets bestaat. De boom is op ieder moment iets nieuws: de vorm wordt door ons staande gehouden omdat wij de subtielste absolute beweging niet kunnen waarnemen: wij leggen een mathematische snijlijn in de absolute beweging, in het algemeen lijnen en vlakken brengen wij erheen, op de grondslag van het intellect, dat de dwaling is: de hypothese van het gelijke en van de inertie, omdat wij slechts inerte dingen kunnen zien en ons alleen bij overeenkomstige (gelijke) dingen iets kunnen herinneren. Maar als zodanig is het anders: wij mogen onze scepsis niet op de essentie overbrengen." (p 295)

klik voor citaat in: klik voor fort/da

Zie ook Nietzsches artikel De filosofie in het tragische tijdperk der Grieken in Waarheid en Cultuur, Boom 1983:

"Het eeuwige en enige worden, de volstrekte onbestendigheid van al het werkelijke dat voortdurend slechts werkt en wordt en niet is, zoals Herakleitos leert, is een vreselijke en bedwelmende voorstelling en qua invloed nog het meest verwant met de gewaarwording wadoor iemand bij een aardbeving het vertrouwen in de vaste grond verliest." p 167

...wij zijn niet fijnzinnig genoeg... /... nous ne sommes pas assez subtils...

Annette Lavers:
Subtle comes from sub-tela, a finely woven web far less easy to ponontificate about than the much-vaunted 'Text', for it must be untangled ech time with a fresh approach, Roland Barthes, Strucutralism and After, 1982 p 213

Etymologisch woordenboek:

Barthes in het artikel L'Intervalle bij een tentoonstelling Ma. Espace/temps au Japon:
Ainsi découvrons-nous certaines subtilités (Proust: 'Vous dites que ce sont des subtilités: ce sont des réalités"). OC3 tome III 840

Terug naar het begin van deze pagina
17-07-2004