Paragraaf "Droom" uit Het plezier van de tekst

PvdT

De droom veroorlooft, schraagt, bewaart, belicht een uiterste fijnheid van morele, soms zelfs metafysische gevoelens, het meest fijnzinnige gevoel voor menselijke betrekkingen, voor verfijnde verschillen, een weten van de hoogste beschaving, kortom, een bewuste, met een ongehoorde fijngevoeligheid geordende logica, die alleen een arbeid van intens waken zou kennen bereiken. Kortom, de droom brengt tot spreken al wat in mij niet vreemdsoortig, niet vreemd is: hij is een onbeschaafde anekdote, gemaakt van zeer beschaafde gevoelens (de droom zou beschavend zijn).

De tekst van genot ensceneert vaak dit differentieel (Poe); maar hij kan ook (hoewel net zo gespleten) de tegengestelde figuur bieden: een zeer leesbare anekdote met onmogelijke gevoelens (madame Edwarda van Bataille).


 

Terug naar het begin van deze pagina
20-03-2004