Paragraaf "Weerstand" uit Het plezier van de tekst

PvdT

Nauwelijks heeft men ergens een woord over het plezier van de tekst gezegd, of twee politieagenten staan klaar om u te lijf te gaan: de agent politiek en de agent psychoanalyse: als futiliteit en/of schuld is het plezier of ledig of nutteloos, het is een klasse-idee of een illusie.

Een oude, zeer oude traditie: het hedonisme is door bijna alle filosofieën verdrongen; een opeising van hedonisme vindt men slechts bij randfiguren, Sade, Fourier; zelfs voor Nietzsche is het hedonisme een pessimisme. Het plezier wordt onophoudelijk bedrogen, verlaagd, gekleineerd ten gunste van sterke, edele waarden: Waarheid, Dood, Vooruitgang, Strijd, Vreugde, enzovoort. Zijn zegevierende rivaal is het Verlangen: men spreekt ons voortdurend over het Verlangen, nooit over het Plezier; het Verlangen zou een epistemologische waardigheid hebben, het Plezier niet. Het lijkt erop dat de maatschappij (de onze) het genot zozeer afwijst (en tenslotte niet meer kent), dat zij slechts epistemologieën van de Wet (en van haar betwisting) kan voortbrengen, nooit van haar afwezigheid, of beter nog: van haar nietigheid. Merkwaardig, deze filosofische duurzaamheid van het Verlangen (voor zover het nooit bevredigd wordt): zou dit woord niet op een 'klasse-idee' duiden? (Vermoeden van een nogal platvloers, en niettemin opmerkelijk bewijs: het 'volkse' kent het Verlangen niet - alleen vermaak.)

 

 

De zogenaamde 'erotische' boeken (hier moet aan toegevoegd worden: van gangbare makelij, om Sade en sommige anderen uit te zonderen) bieden niet zozeer een voorstelling van de erotische scène als wel de verwachting, voorbereiding, opvoering ervan; daarin juist zijn ze 'opwindend'; en wanneer de scène dan komt, is er natuurlijk teleurstelling, deflatie. Het zijn met andere woorden boeken van het Verlangen, niet van het Plezier. Of, boosaardiger, zij ensceneren het Plezier zoals de psychoanalyse het ziet. Een en hetzelfde zintuig zegt zowel hier als daar dat dit alles behoorlijk teleurstellend is.

 

 

(Het monument van de psychoanalyse moet doorkruist - niet omzeild - worden, zoals de luisterrijke straten van een zeer grote stad, waarin men kan spelen, dromen, enzovoort: het is een fictie.)

 

 

Er schijnt een mystiek van de Tekst te bestaan. - Daarentegen komt het er juist op aan het plezier van de tekst te materialiseren, van de tekst een lustobject als anderen te maken. Dat wil zeggen: ofwel de tekst dichter bij de 'genoegens' van het leven brengen (een gerecht, een tuin, een ontmoeting, een stem, een ogenblik, enzovoort) en hem opnieuw in de persoonlijke catalogus van onze zinnelijkheid voegen, ofwel met behulp van de tekst een bres voor het genot slaan, voor het grote zichzelf verliezen van het subject, door vervolgens de tekst te vereenzelvigen met de meest zuivere ogenblikken van de perversie, met haar geheime plekken. Belangrijk is het veld van het plezier te effenen, de onjuiste tegenstelling tussen het praktische en contemplatieve leven af te schaffen. Het plezier van de tekst is een eis die zich terecht richt tegen de scheiding van de tekst; want door de bijzonderheid van zijn naam heen zegt de tekst de alomtegenwoordigheid van het plezier, de atopie van het genot.

Inval voor een boek (voor een tekst) waarin op hoogst persoonlijke wijze de verhouding tussen alle genietingen zou zijn ingevlochten, ingeweven: die van het 'leven' en die van de tekst, waarin een en dezelfde anamnese het lezen en het avontuur zou grijpen.

 

 

Zich een esthetiek indenken (als dit woord niet al te veel van zijn waarde heeft verloren) die van begin tot eind (volkomen, radicaal, in elk opzicht) op het plezier van de consument zou berusten, wie hij ook is, tot welke klasse, welke groep hij ook behoort, zonder aanzien van culturen en talen: de gevolgen zouden enorm zijn, misschien wel hartverscheurend (Brecht heeft een dergelijke esthetica van het plezier ontworpen; van al zijn voorstellen vergeet men dit het vaakst).


 

Terug naar het begin van deze pagina
20-03-2004