Paragraaf "Babel" uit Het plezier van de tekst

Fictie van een individu (een omgekeerde mijnheer Teste) dat de versperringen, klassen, uitsluitingen, bij zichzelf zou opheffen, niet uit syncretisme, maar om zich eenvoudig te ontdoen van dat oude spook: de logische tegenspraak; dat alle talen zou vermengen, ook al gelden ze als onverenigbaar; dat zwijgend alle beschuldigingen van ongerijmdheid, van trouweloosheid zou verdragen; dat onaangedaan zou blijven onder de socratische ironie (de ander tot uiterste schande brengen: zichzelf tegenspreken) en de terreur van de wet (hoeveel strafrechtelijke bewijzen zijn niet op een psychologie van de eenheid gebaseerd!). Zo iemand zou een gruwel voor onze maatschappij zijn: het gerecht, de school, de inrichting, de gesprekken zouden hem tot vreemde maken: wie verdraagt zonder schaamte de tegenspraak? Welnu, deze antiheld bestaat: het is de lezer van een tekst op het moment dat hij zijn plezier beleeft. Op dat ogenblik kantelt de oude bijbelse mythe, de spraakverwarring is niet langer een straf, het subject komt tot genot door de gemeenschap van talen, die zij aan zij werken: de tekst van plezier is een gelukkig Babel.

 

 

(Plezier/Genot: terminologisch wankelt het nog, ik struikel, ik verwar ze. Er zal hoe dan ook altijd een marge van onbeslistheid blijven; het onderscheid zal niet tot betrouwbare indelingen leiden, het paradigma zal knarsen, de betekenis zal onzeker, herroepbaar, omkeerbaar zijn, de rede onvolledig.)

PvdT 7-8 / PdT 9-10 / OC3 III 1495

Deze paragraaf bestaat uit twee fragmenten

Mortimer wijst erop dat de voorgaande paragraaf (Affirmatie) en de laatste paragraaf van bovenstaand fragment in de toekomende tijd zijn geschreven. Ze spreken zich uit over de rest van het boek (en staan daarmee ondanks de alfbetische opstelling van de fragmenten niet voor niets voorin het boek. (The gentlest law, p 42 en p 45).

Mijnheer Teste / M. Teste

Mijnheer Teste is een romanfiguur uit het werk van Paul Valéry die zich in diverse werken ontwikkelt. ("La Soirée avec Monsieur Teste",1896;"Lettre de Madame Émilie Teste", 1924; en "Extraits du log-book de M. Teste", 1926).
M. Teste wordt gedreven naar absolute nauwkeurigheid, daarin ligt de voor hem de zuivere volmaaktheid. Hij gaat geheel en al op in het functioneren van zijn geest, hij is erop uit zijn hoogst individuele systeem te worden en te blijven en niets te laten geschieden waarvan hij zich niet bewust is: Ik ben zijnde en mijzelf ziend; mijzlef ziende dat ik mij zie enz. (Raster 23 p 12)

Mortimer: M. Teste is a self defined by himself. "From what have I suffered the most? Perhaps from the habit of developing my whole thought-of going into myself right to the end". He rejects the materiality of the man: "What thinks is never what he is thinking about; and the first being a form with a voice, the other takes on all forms and all voices. Thus, no one is man, Monsieur Teste even less than others". A famous phrase describes him: "When he spoke, he never raised an arm or a finger: he had killed the marionette". (Mortimer, The gentlest Law, p 45)

Monsieur Teste is een gefragmenteerd werk, een bizarre assemblage, de "fragments of a great work that would be like the novel of a brain".

De lezer van het plezier van de tekst is daarentegen een figuur die alles behalve het zuivere intellect is en die zich juist kenmerkt door lichamelijkheid.

De socratische ironie / l'ironie socratique

0202. Socrates (469-399) is de eerste in Athene geboren wijsgeer. Hij blijkt een goede opleiding gekregen te hebben en in Athene al spoedig overal zijn onderricht te hebben gegeven. In tegenstelling tot de sofisten nam hij daarvoor geen geld aan, hoezeer verder zijn omgang met alle mogelijke mensen er ook aanleiding toe gaf hem als sofist te beschouwen. Ook hij interesseert zich alleen voor de mens. Het is er hem echter niet om te doen te overreden, maar de mensen tot eigen inzicht te brengen. Hij tracht alle schijnweten als schijn te ontmaskeren en de werkelijke bronnen van het weten op te sporen. Een zuivere begripsvorming is noodzakelijk en brengt uit zichzelf tot beoefening
van de deugd.
Socrates had een eigen methode ontwikkeld die bekend staat als de Socratische methode of dialectiek. Die methode om de waarheid te vinden kent twee fasen, een positieve en een negatieve.

Het is duidelijk dat Socrates in tegenstelling tot de sofisten niet geloofde in een veranderende en relatieve waarheidsopvatting, maar integendeel in een algemeen geldende waarheid. Het juiste inzicht was volgens hem niet veranderlijk van individu tot individu of van situatie tot situatie, zoals de sofisten naar al te graag gewild hadden.
Uit de dialogen met sofisten - die overigens door Plato neergeschreven zijn (Bv. Crito),
want Socrates zelf' heeft geen geschriften nagelaten -blijkt telkens opnieuw dat Socrates op zoek was naar een meer algemene en universele formulering, vooral wat de morele waarden aangaat. (uit: Griffioen, een site voor Latinisten)

De socratische ironie is er op uit om de opponent zichzelf tegen te laten spreken, hetgeen in een openbaar debat, ook vandaag de dag nog, als beschamend wordt ervaren.

Nietzsche

In "de filosofie in het tragische tijdperk der Grieken" schrijft Nietzsche dat Aristoteles Herakleitos voor het tribunaal van de rede beticht van de ergste misdaad, namelijk tegen de wet van de tegenspraak te hebben gezondigd. De wet van de tegenspraak luidt als volgt: iets kan niet tegelijkertijd en onder hetzelfde gezichtspunt zó en niet-zó zijn.:

"Herakleitos bezit de hoogste kracht van intuïtieve voorstelling als zijn koninklijk bezit; tegenover die andere wijze van voorstellen, die in begrippen en logische combinaties plaatsvindt, dus tegenover de rede, stlet hij zich koel, ongevoelig, om niet te zeggen vijandig op en schijnt er genoegen in te scheppen die met een inituïtief verworven waarheid te kunnen tegenspreken; en dat doet hij in zinnen als 'alles heft ten alle tijde het tegengestelde in zich', zó onbeschroomd dat Aristoteles hem voor het tribunaal van de rede beticht van de ergste misdaad, namelijk tegen de wet van de tegenspraak te hebben gezondigd. (uit: Friedrich Nietzsche, Waarheid en Cultuur p 165, Boom 1983)

Zie ook: Götzen-Dämmerung Das Problem des Sokrates 7

- Ist die Ironie des Sokrates ein Ausdruck von Revolte? von Pöbel-Ressentiment? genießt er als Unterdrückter seine eigne Ferocität in den Messerstichen des Syllogismus? Rächt er sich an den Vornehmen, die er fascinirt? - Man hat, als Dialektiker, ein schonungsloses Werkzeug in der Hand; man kann mit ihm den Tyrannen machen; man stellt bloß, indem man siegt. Der Dialektiker überläßt seinem Gegner den Nachweis, kein Idiot zu sein: er macht wüthend, er macht zugleich hülflos. Der Dialektiker depotenzirt den Intellekt seines Gegners. - Wie? ist Dialektik nur eine Form der Rache bei Sokrates?

Zie ook: WP 431 / Schlechta 760 /

Sokrates. - Dieser Umschlag des Geschmacks zugunsten der Dialektik ist ein großes Fragezeichen. Was geschah eigentlich? - Sokrates, der Roturier, der ihn durchsetzte, kam mit ihm über einen vornehmeren Geschmack, den Geschmack der Vornehmen, zum Sieg: - der Pöbel kam mit der Dialektik zum Sieg. Vor Sokrates lehnte man seitens aller guten Gesellschaft die dialektische Manier ab; man glaubte, daß sie bloßstellte; man warnte die Jugend vor ihr. Wozu diese Eta, lage von Gründen? Wozu eigentlich beweisen, Gegen andere hatte man die Autorität. Man befahl: das genügte. Unter sich, inter pares, hat man das Herkommen, auch eine Autorität: und, zuguterletzt, man »verstand sich«! Man fand gar keinen Platz für Dialektik. Auch mißtraute man solchem offnen Präsentieren seiner Argumente. Alle honnetten Dinge halten ihre Gründe nicht so in der Hand. Es ist etwas Unanständiges darin, alle fünf Finger zu zeigen. Was sich »beweisen« läßt, ist wenig wert. - Daß Dialektik Mißtrauen erregt, daß sie wenig überredet, das weiß übrigens der Instinkt der Redner aller Parteien. Nichts ist leichter wegzuwischen als ein Dialektiker-Effekt. Dialektik kann nur eine Notwehr sein. Man muß in der Not sein, man muß sein Recht zu erzwingen haben: eher macht man keinen Gebrauch von ihr. Die Juden waren deshalb Dialektiker, Reineke Fuchs war es, Sokrates war es. Man hat ein schonungsloses Werkzeug in der Hand. Man kann mit ihr tyrannisieren. Man stellt bloß, indem man siegt. Man überläßt seinem Opfer den Nachweis, kein Idiot zu sein. Man macht wütend und hilflos, während man selber kalte, triumphierende Vernünfiigkeit bleibt - man depotenziert die Intelligenz seines Gegners. Die Ironie des Dialektikers ist eine Form der Pöbel-Rache: die Unterdrückten haben ihre Ferozität in den kalten Messerstichen des Syllogismus...

 

gemeenschap van talen / cohabitation des langages

0206. De cohabitation ('t samenwonen) is een Frans begrip dat ook duidt op de politieke situatie waarin een rechtse president samen gaat met een linkse premier of vice versa. Nu zou je kunnen stellen dat het hier gaat om twee uitersten binnen een type taal (het politieke jargon), bij Barthes gaat het vooral om het zij aan zij werken van verschillende taalsferen. Zoals bijvoorbeeld in de werken van Sade de religieuse taal, de politieke taal, en de pornografie. Het boek Sade, Fourier, Loyola van Barthes uit 1971 is hier zelf een voorbeeld van.

Deze cohabitatie van talen komt ook tot uiting in het fragment Zijden: "Sade: het is duidelijk dat het leesplezier ontstaat door bepaalde breuken (of bepaalde botsingen): afstotende codes (het verhevene en het triviale bijvoorbeeld) komen met elkaar in aanraking; hoogdravende en belachelijke neologismen worden geschapen; pornografische boodschappen worden in dusdanig zuivere zinnen gegoten, dat men ze voor grammaticale voorbeeldzinnen zou houden." PvdT p 11 Hier gaat het om een zij aan zij gaan van uiteenlopende stijlen die normaliter gescheiden blijven.


een gelukkig babel / Babel heureuse

0203. Babel verwijst naar de Toren van Babel uit Genesis 11:1-9.

Het boek Genesis (Grieks voor ontstaan) is het eerste boek van de torah en van het oude testament van de bijbel. Het vertelt het bijbelse verhaal van het ontstaan van de wereld en de mensheid, en van de aartsvaders van het Joodse volk - Abraham, Isaak en Jakob, en de kinderen van Jakob. Het boek begint met de zin: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde". Na de schepping, de zondeval en de zondvloed komt de de bouw van de Toren van Babel.

Hoofdstuk 11:1-9 vertelt het verhaal van de torenbouw. De mensen bouwen een stad en willen daarin een toren die tot de hemel reikt, om daarmee de eenheid te behouden en roem te vergaren, de toren van Babel. Om te voorkomen dat de mensen te machtig zouden worden kwam God naar de aarde om verwarring in de taal te stichten, waardoor men elkaar niet meer verstond. Hierdoor kreeg men onenigheid en kon men de toren niet afmaken. Vers 9 vermeldt dat Babel 'verwarring' betekent.

Waar in het testament de babylonische spraakverwarring een straf is, betekent de verwarring voor Barthes juist een gelukkig moment.

Plezier/Genot - Plaisir/Jouissance

0204. Sleutelbegrippen van het Plezier van de tekst. Zie ook de inleiding van Mortimer de paragraaf On Jouissance.

J.F. Vogelaar geeft er de volgende omschrijving van: "Le plaisir du Texte bevat een pleidooi voor het leesplezier, waarbij evenwel het leesgenoegen (plaisir), dat te maken heeft met welbehagen, zin, verzadiging, pas echt een ingrijpende ervaring wordt wanneer het zich voordoet als leesgenot (jouissance), dat zeer wel kan samengaan met onbehagen, tegenzin, wellust en pijn. Ook wat het leesgenot betreft - het moment dat het lezen iets nieuws forceert - kan een bepaald leesplezier, waarvoor elke moeilijkheid onlust betekent, een blokkade vormen." (J.F. Vogelaar in Een theoreticus verliefd)

(work in progress: verder uitwerken in aparte pagina's)

Het paradigma / le paradigme

0207. Het schuine streepje in "plezier/genot" duidt op een paradigmatische relatie. Paradigma is een begrip uit de grammatica. De twee woorden van het paradigma ontsluiten een veld aan betekenissen. Zie verder de notitie paradigma.

Rede / Discours

0205. De vertaler heeft hier gekozen voor het oud-nederlandse woord rede i.p.v. van het meer gangbare vertoog (zoals in de orde van het vertoog van Foucault). In het woord 'rede' worden meer aspecten van het Franse discours uitgedrukt. Zoals bijvoorbeeld Discours du trône -troonrede, discours indirect - indirecte rede. 'Rede' neemt ook de betekenis van betoog mee ('redevoering', 'een rede houden').

Discours is niet hetzelfde als taal, het is een secundaire taal, alles wat er op een gegeven moment en plaats aan gesproken en geschreven tekst voorhanden is, op een bepaald gebied, maar ook de regels van het spreken, het systeem dat het stramien van spreekwijzen vormt (J.F. Vogelaar in Een theoreticus verliefd).

Overigens zou ik vandaag de dag kiezen voor het woord vertoog of gewoon voor discours. Het staat immers ook gewoon in de Van Dale : discours: (Fr.), (o) (-en), 1 gesprek, rede; -2 conversatie. Ook al is het begrip discours meer dan hier gesteld wordt. (work in progress: notitie over het discours)

 

 

Terug naar het begin van deze pagina
13-07-2004