Paragraaf "Fetisj" uit Het plezier van de tekst

PvdT

De tekst is een fetisj-object, en deze fetisj verlangt naar mij. De tekst kiest me uit via een opstelling van onzichtbare filters, via selectieve hindernissen: woordenschat, verwijzingen, leesbaarheid, enzovoort; en verloren midden in de tekst (en niet daarachter als een god van het raderwerk) is er altijd de ander, de auteur.

Als instituut is de auteur dood: als juridische, hartstochtelijke, biografische persoon is hij verdwenen; onteigend oefent hij over zijn werk niet meer het geweldige vaderschap uit waarover de litteratuurgeschiedenis, het onderwijs, de publieke opinie steeds weer opnieuw moesten berichten; maar in de tekst verlang ik op een bepaalde wijze naar de auteur: ik heb behoefte aan zijn figuur (die noch zijn voorstelling, noch zijn projectie is), zoals hij behoeft heeft aan de mijne (behalve als hij 'babbelt').


Terug naar het begin van deze pagina
11-07-2004